In de bijeenkomst van Familiesysteem deel 2 WIE HOORT ER BIJ
ging het over de vrouwen in onze familielijn. Niet alleen de moeder die je had, maar de hele rij vrouwen voor haar. De grootmoeder die je amper hebt gekend, de overgrootmoeder van wie nauwelijks meer over is dan een naam. Je kunt je afvragen, hoe kan je overgrootmoeder zoveel impact hebben op jouw leven nu? En het was verrassend.
Ik had iedereen gevraagd om een tijdlijn te tekenen, van zichzelf helemaal naar rechts, en dan terug in de tijd, vrouw voor vrouw, zo ver als ze konden komen. Bij de meeste mensen gebeurt tijdens dat tekenen al iets. Bij de moeder weet je veel. Bij de grootmoeder al minder. En een generatie verder wordt het vaag of zelfs zwart.
Dat zwarte stuk is precies waar het werk begint. Niet omdat die vrouwen niet bestonden, maar omdat ze voor jou onzichtbaar waren. Door de tijd, door verzwijging, doordat niemand het verhaal heeft doorverteld. En wat onzichtbaar is, verdwijnt niet. Het heeft een plek in het systeem, in de programma’s en het is aanwezig als het tikken van een klok in de huiskamer. Het is er, maar je bent er aan gewend geraakt.
Op de avond zelf kijken we eerst naar wat we weten, en daarna draaien we de blik om. Niet meer wat weet ik van haar, maar wat voel ik, wat draag ik van haar. Schaamte zonder oorzaak. Schuld zonder dat je iets hebt gedaan. Een angst voor iets heel specifieks dat in jouw eigen leven nooit is gebeurd. Een onrust die herkent wordt. Het gevoel ergens niet helemaal bij te horen, niet in deze familie, niet in dit lijf, niet op deze aarde. Voor veel mensen valt er dan iets op zijn plek. Een gevoel dat ze hun hele leven al kennen, en dat nooit helemaal bij hun eigen verhaal leek te passen.
Iets herkennen is nog niet iets werkelijk oplossen. Want het programma draait rustig door in de achtergrond. Ik werk via de Goddelijke Essentie, het oorspronkelijke deel van een mens dat niet beïnvloedt is door de programma’s maar wel invloed op kan uitoefenen. Op dat niveau hoef ik niet te weten wat er ooit precies is gebeurd of wie wat deed. Ik werk met de codes onder het verhaal, en ik koppel los wat iemand is gaan dragen omdat het een onderdeel is van het veld. Het bijzondere is dat we dit met de hele groep tegelijk doen, en dat toch iedereen op zijn eigen lijn werkt. Niemand hoeft in het midden te gaan staan. Niemand hoeft iets te laten zien. Waar je bij een klassieke opstelling van een afstand naar je familie kijkt, voel je het hier van binnenuit, in je eigen lichaam. We kwamen op diepe inzichten uit, op thema’s die we niet hadden verwacht.
Wat me na die avond opviel, waren de reacties en concrete inzichten en veranderingen. Iemand die bij het tekenen van haar overgrootmoeder meteen haar nek voelde dichtknijpen, en doorkreeg dat het om wurging ging, iets wat generaties lang in die lijn had vastgezeten. Iemand wiens bekken in de dagen erna rechter kwam te staan, met meer ruimte in de borstkas. Iemand die voor het eerst sinds lange tijd een nacht doorsliep. En iemand die een paar dagen van slag was, omdat er zoveel was vrijgekomen dat het systeem tijd nodig had om zich opnieuw te ordenen.
Dat is geen psychologisch inzicht dat de volgende ochtend vervliegt. Dat is het lichaam dat reageert op werk dat dieper ging dan het verhaal.
Niet iedereen heeft een grote ervaring, en dat hoort er ook bij. De een voelt een aardverschuiving, de ander suddert rustig voort en merkt pas later iets. Allebei is goed. Het werk gebeurt op een ander niveau dan het denken, en je lichaam doet het grootste deel vanzelf.
Binnenkort is er een vervolg. Als je dit leest en er gaat iets in je open, een gevoel dat je al je hele leven draagt waar je nooit een verklaring voor vond, dan is dat een goede reden om mee te doen. Je hoeft niets te kunnen en niets te bewijzen. Je hoeft alleen aanwezig te zijn.
Reacties